Jaarlijks komen zo’n 50 Nederlanders om door brand in hun huis. Er zijn naar schatting 5.000 woningbranden; honderden mensen raken daarbij jaarlijks ernstig gewond. Ieder jaar behandelen ziekenhuizen 1.100 slachtoffers voor letsels die zijn ontstaan door brand.

Voor iemand die nooit een brand heeft meegemaakt, is het moeilijk om zich er een juiste voorstelling van te maken. In minder dan vijf minuten kan een beginnend brandje zich uitbreiden tot een grote uitslaande brand. In een zeer korte tijd worden extreem hoge temperaturen bereikt. Bovendien maakt de alles verduisterende rook – waarin de giftige stof koolmonoxide zit – de omgeving onherkenbaar. Samen met de paniek om weg te komen, een bijzonder angstige en levensgevaarlijke situatie.

De gevolgen van brand zijn veelal zeer ingrijpend. Niet alleen vanwege de ernstige letsels – bij uzelf, familie, vrienden of bekenden – maar natuurlijk ook door het verlies van bezittingen. Zoals vele slachtoffers van een brand vaak oordelen: “ineens heb je niks meer.”

Brand ontstaat wanneer warmte (van vuur maar bijvoorbeeld ook van elektriciteit), brandbare stof (bijvoorbeeld gordijnen of kleding) en zuurstof samenkomen. Zuurstof is natuurlijk altijd aanwezig, maar probeer brandbare stoffen en warmte altijd uit elkaar te houden.

Brand ontstaat door:

  • Vuur: ga daarom altijd voorzichtig om met vuur (zoals van kaarsen, barbecues of kooktoestellen).
  • Warmte en stof: veel apparaten in huis zijn elektrisch. Denk bijvoorbeeld aan de wasdroger, televisie en computer. Goed omgaan met deze apparaten voorkomt brand.
  • Stopcontacten: normaliter gaat hiermee niet snel iets mis, tenzij u teveel stekkers aansluit op 1 stopcontact. Dit is uitermate gevaarlijk.

Preventieve maatregelen:

  • Het (laten) ophangen van rookmelders.
  • Vaste plekken voor de sleutels van deuren die afgesloten zijn of worden (tijdens de nacht bijvoorbeeld).
  • Alle ‘vluchtwegen’ vrijhouden; zorgen dat deuren (en in sommige gevallen, als dat de enige uitgang is, ramen) naar buiten niet geblokkeerd worden.
  • Het regelmatig onderhouden en goed gebruiken van apparatuur zoals de wasdroger, de tv, halogeenverlichting, stekkerdozen, magnetron, electrische dekens en kleine huishoudelijke apparaten.
  • Een “vluchtplan” ontwerpen en met alle huisbewoners bespreken, eventueel oefenen: waar moet je heen bij brand, hoe gaan de deuren en ramen open enz.
  • Laat apparaten en afvoerkanalen regelmatig controleren en schoonmaken (bijv. geiser, open haard, schoorsteen, ventilatie en afzuigkap).
  • Wees voorzichtig met licht ontvlambare schoonmaakmiddelen als (was)benzine en spiritus, een sigaret of waakvlam kan ze al laten ontbranden.
  • Gebruik spuitbussen nooit in de buurt van een brander of (waak)-vlam en zet ze nooit in de zon.
  • Kaarsen en waxinelichtjes zijn risicobronnen, realiseer u dat goed.
  • Het alarmnummer 1-1-2 paraat hebben, liefst duidelijk zichtbaar op of bij de telefoon. Uit de statistieken blijkt, dat gezinnen met kleine kinderen en jongeren die net op zichzelf wonen de grootste risicogroepen vormen. De meeste branden ontstaan overigens tijdens het bakken, braden en frituren (40% van de woningbranden ontstaat in de keuken). Meer dan 60% van de woningbranden wordt veroorzaakt door menselijk handelen en bij 15% van de woningbranden is falende apparatuur de oorzaak.

Wat moet u doen als er brand in huis is?

  • Blijf rustig.
  • Houd deuren en ramen gesloten. Doe de deur ook achter je dicht. Een deur houdt namelijk brand tegen en geeft u zodoende meer tijd om te vluchten.
  • Vlucht volgens uw – geoefende – vluchtplan.
  • Blijf dicht bij de grond want de rook stijgt op. Hoe lager je bij de vloer blijft, hoe minder rook je inademt.
  • Indien u in een flat woont, neem dan de trap. Ga nooit met de lift als er brand is!!
  • Bel, wanneer u buiten bent, meteen de brandweer: 1-1-2
Sluit Menu