Brandwonden bij kinderen: moet je deze anders behandelen dan bij volwassenen?

Brandwonden komen geregeld voor en kunnen zeer gevaarlijk zijn. Hoewel een kleine, oppervlakkig brandwond al behoorlijk kan schrijnen, hebben grotere en diepere brandwonden grote gevolgen. Bij kinderen zit een ongeluk in een klein hoekje en komen brandwonden helaas met regelmaat voor. Bekende voorbeelden zijn kinderen die een glas kokendhete thee over zich heen krijgen of een hete pan van het fornuis aftrekken en tegen zich aan krijgen. Hoewel de eerste hulp bij brandwonden bij een kind grotendeels hetzelfde is als bij een volwassene, zijn er wel een aantal aandachtspunten.

Eerste hulp bij brandwonden

Net als bij volwassenen bestaat de eerste hulp bij brandwonden bij kinderen allereerst uit het doven van het vuur, bijvoorbeeld door een kind met brandende kleding over de grond te rollen of een blusdeken over een lichaamsdeel met brandende kleding te leggen. Daarna moet de brandwond direct gekoeld worden onder stromend water. Door koud water kan je kind onderkoeld raken, dus gebruik hiervoor lauw water. Koelen moet minimaal tien minuten, maar hoe langer hoe beter. Afhankelijk van de ernst van de wond is het aan te raden om zeker een half uur te koelen.

Infecties voorkomen

Evenals bij volwassenen is het bij kinderen van belang om de brandwond voorzichtig te behandelen, omdat er een groot risico bestaat op infecties die via de beschadigde huid in het lichaam kunnen binnendringen. Raak de wond dus niet aan en smeer er geen zalf op. Een open brandwond kan het beste afgedekt worden met niet verklevend materiaal. Er bestaan hiervoor bijvoorbeeld speciale zalfgaasjes. Laat kleding die aan de wond kleeft zitten, want anders beschadig je de huid nog verder.

Meer risico bij kinderen

Het grote verschil met volwassenen is dat kinderen een dunnere huid hebben, waardoor brandwonden sneller ernstig zijn. Ook is bij kinderen een brandwond in verhouding met het totale lichaamsoppervlak groter dan bij volwassenen. Simpeler gezegd: als een volwassene en een kind dezelfde brandwond hebben, dan beslaat die wond bij het kind een groter percentage van het lichaam dan bij een volwassene. En hoe groter het percentage huid dat verbrand is, hoe groter de kans op uitdroging en infecties. Dat betekent dat een brandwond waarmee een volwassenen niet naar de huisarts hoeft, bij een kind wél aanleiding tot een bezoekje aan de arts kan zijn. Wees bij kinderen dus extra alert en raadpleeg bij twijfel altijd een arts.

Stappenplan: wat te doen bij brandwonden

Brandwonden komen in verschillende gradaties voor, waarbij ernstige brandwonden zeer gevaarlijk zijn en grote gevolgen hebben. Maar ook een kleine brandwond kan al zeer pijnlijk zijn. Iedereen die tijdens het koken wel eens een vinger aan een hete pan heeft gebrand, weet hoeveel last je kunt hebben van een brandwond. Wat kun je doen om de schade zoveel mogelijk te beperken?

1 Doof het vuur

Als eerste is het van belang dat de brandhaard gedoofd wordt. Ging je per ongeluk met je vinger door het vlammetje van een kaars, dan zal je die in een reflex hebben teruggetrokken. Maar als bijvoorbeeld de kleding heeft vlamgevat, dan moet dat zo snel mogelijk worden gedoofd. Dit kan door over de grond te rollen of door een blusdeken over het brandende lichaamsdeel te leggen.

2 Direct en langdurig koelen

Het allereerste dat je moet doen bij een brandwond is koelen. Een brandwond blijft namelijk doorbranden, ook als de oorzaak ervan weg is. Je kunt het vergelijken met een gekookt ei. Haal je een zachtgekookt ei uit het kokende water, maar spoel je het niet af onder een koude kraan, dan heb je na een tijdje geen zacht eitje meer. Door te koelen stop je het proces. Met een brandwond werkt dit ook zo. Koel de wond daarom langdurig, minimaal tien minuten maar liever een half uur, onder lauw stromend water. Gebruik geen ijskoud water, want dan loop je risico op onderkoeling.

3 Geen kleding verwijderen

Kleding die aan de brandwond vastzit moet je niet lostrekken. Daarmee kan je het weefsel en daarmee de wond verder beschadigen. Laat kleding dus gewoon zitten.

4 Verklein infectiegevaar

Een brandwond is een beschadiging van één of meerdere huidlagen. Dat betekent dat het ook een plek is waar makkelijk bacteriën het lichaam kunnen binnendringen. Om de kans op infecties te verkleinen kun je de wond daarom beter niet aanraken. Smeer er dus ook geen zalf op. Een open wond kan je het beste afdekken zodat er geen vuil in kan komen. Doe dit het liefst met een niet-verklevend gaasje, zoals een zalfgaasje.

5 Wel of niet naar de huisarts

Je hoeft niet met elke brandwond naar de huisarts, maar doe dit wel als het om een grote of diepe brandwond gaat. Als er veel huid verbrand is dan ontstaat het risico op uitdroging. Ook met brandwonden op gevoelige plekken, zoals het gezicht, kun je het beste even naar de huisarts.

Hoe ontstaan bosbranden en wat kun jij er tegen doen

Tijdens warme, droge zomers ontstaan er vaak bosbranden. Zeker wanneer het om een grote brandhaard gaat, kan een bosbrand erg heftig en gevaarlijk zijn en het kan zelfs leiden tot evacuatie van omwonenden. Het is daarom goed om te weten wat je kunt doen om een bosbrand te voorkomen. Daarvoor is het echter eerst van belang om antwoord te geven op de vraag hoe een bosbrand eigenlijk kan ontstaan.

Zuurstof, warmte en brandbaar materiaal

Om vuur te maken heb je vier dingen nodig: zuurstof, warmte, brandbaar materiaal en een ontstekingsbron. Brandbaar materiaal is in een bos uiteraard volop aanwezig en een beetje wind zorgt voor voldoende zuurstof om een vuur snel aan te wakkeren. De ontstekingsbron kan verschillende vormen hebben. Een vuur kan aangestoken zijn, al dan niet moedwillig. Denk aan een vonkje van een barbecue of een kampvuur, of van een weggegooide sigaret. Maar de natuur kan ook zelf voor ontsteking zorgen, als gevolg van een blikseminslag bijvoorbeeld.

Voertuigen die brand veroorzaken

Door sommige bossen loopt een spoorrails. Tijdens een droge zomer kan de wrijving van de treinwielen met de rails voor vonken zorgen, waardoor begroeiing in de berm vlam kan vatten. Ook de hitte die van een motorkettingzaag of van een voertuig met een verbrandingsmotor afkomt, kan het begin van een bosbrand betekenen.

Lenswerking van een leeg flesje

Een laatste veelvoorkomende oorzaak van bosbrand is de lenswerking die ontstaat als de zon op een leeg flesje of een stukje glas schijnt. Het glas gaat als vergrootglas werken waardoor de hitte van de zon sterk geconcentreerd wordt en er brand kan ontstaan.

Bosbrand voorkomen

Om bosbrand tegen te gaan is het dus van belang om voorzichtig om te gaan met vuur. Gooi je sigaret niet zomaar weg in de natuur en maak alleen vuur op plekken die echt veilig zijn. Als de natuur erg droog is, wordt het maken van vuur soms ook verboden. Is dat het geval, hou je daar dan ook aan. Let er tenslotte ook op dat je je afval mee naar huis neemt en niet in de natuur laat slingeren. Een klein stukje achtergelaten glas kan al het begin zijn van een heftige bosbrand.

Hoe voorkom je dat je met je auto te water gaat

Te water raken met je auto is een nachtmerrie waar je liever niet aan denkt. Helaas gebeurt het wel met enige regelmaat en de kans dat je zo’n ongeluk overleeft is het grootst als je jezelf kunt redden, omdat wachten op omstanders en reddingsteams vaak te lang duurt. Daarom worden er verspreid door het land diverse cursussen aangeboden waarbij je leert wat je moet doen als je onverhoopt toch met je auto te water raakt. Voorkomen is echter nog altijd het allerbeste. Hoe kun je het risico om met je auto in het water terecht te komen verkleinen?

Parkeer niet naast water

Vooral als je niet al te zeker van jezelf bent met parkeren, dan kun je een parkeerplaats aan het water, bijvoorbeeld op een kade, beter overslaan. Liever wat verder weg parkeren en een stukje extra lopen, dan het risico dat je bij het wegrijden gas geeft en dan ontdekt dat de auto in de verkeerde versnelling staat.

Check je handrem en versnelling

Als je toch geparkeerd staat naast water, let dan extra goed op dat je de juiste handelingen verricht. Denk er voor het verlaten van je auto aan om de handrem stevig aan te trekken. Als het tijd is om uit te parkeren, check dan extra goed of je de auto in de juiste versnelling hebt gezet. Je wil immers niet per ongeluk vooruitschieten het water in. Kijk ook of er langs je parkeerplek een vangrail staat of een drempel die voorkomt dat je direct het water in duikt. Is dat er niet, dan kun je misschien beter een ander plekje zoeken.

Slecht weer en water

Wegen die vlak lang het water lopen, zoals een weg langs een kanaal of over een dijk, kun je op sommige momenten beter mijden, zelfs als er een vangrail langs de weg aanwezig is. Denk aan weersomstandigheden als mist of hevige regenval, waarbij het zicht erg slecht is. En ook bij gladheid door sneeuw of ijs kun je beter even omrijden, om het risico te vermijden dat je in een slip raakt en het water in glijdt.

5 tips voor het voorkomen van autodiefstal

Het is een scenario waar niemand op zit te wachten: na een werkdag of na een avondje uit wil je in je auto stappen, maar die is plotseling nergens meer te vinden. Of de auto staat er wel, maar er is ingebroken en je bent waardevolle spullen kwijt. Wat kun je doen om autodiefstal of inbraak te voorkomen?

1 Zet hem op het stuurslot

Een simpele maar doeltreffende manier om te voorkomen dat dieven met je auto weg kunnen rijden, is het stuurslot. Je auto valt heel eenvoudig in het stuurslot door na het parkeren even aan het stuur te draaien. Een methode die amper tijd kost, maar wel effectief is.

2 Een veilige parkeerplaats

Om autodiefstal te voorkomen is het belangrijk dat je goed oplet waar je je auto parkeert. Een afgelegen, donker plekje waar weinig mensen langs komen, is ideaal voor autodieven. Zet je auto dus liever op een drukkere en goed verlichte plek, en als het even kan op een plaats waar ook camera’s hangen.

3 Installeer een alarmsysteem

Een alarmsysteem dat flink gaat loeien bij inbraak kan dieven goed afschrikken. Afhankelijk van het type alarm dat je kiest is het wel even een investering, maar als je vaak op plekken parkeert die gevoelig zijn voor diefstal en inbraak dan verdien je je alarm waarschijnlijk al snel terug.

4 Niets te halen

Het is uiteraard aan te bevelen om geen waardevolle spullen in je auto achter te laten. Zorg dus dat je telefoons, laptops, camera’s en creditcards meeneemt voordat je je auto achterlaat. Laat potentiële autodieven bovendien zien dat er geen waardevolle spullen in je auto liggen door je dashboardkastje open te laten staan. Bij stationwagens kun je ook het afdekzeil van de achterbak openlaten, zodat dieven direct zien dat er geen interessante spullen in je auto liggen.

5 Een voertuigvolgsysteem

Een manier om je auto altijd te kunnen traceren wordt geboden door het voertuigvolgsysteem. Wanneer je dit in je auto laat installeren wordt er bovendien direct een melding verstuurd bij inbraak of bij sabotage van het systeem. Zo kan er snel en adequaat actie worden ondernomen.