Woninginbraak
Niets is zo vervelend als dat er bij je thuis is ingebroken. Een onbekende is in het huis geweest en heeft je spullen aangeraakt of weggenomen. Nu zijn een laptop of televisie wel te vervangen maar dingen met emotionele waarde helaas niet.
Het aantal woninginbraken daalt al jaren. In 2025 telde de politie ongeveer 21.600 woninginbraken, het laagste aantal sinds de politie in 2012 begon met het bijhouden van deze cijfers (bron: ANP via WNL). In 2015 waren het er nog 64.890 (bron: Slachtofferwijzer, op basis van CBS-cijfers). Een inbraak is dus minder waarschijnlijk dan tien jaar geleden, maar het gebeurt nog elke dag.
Eigenlijk komt het erop neer dat gelegenheid nog heel vaak de dief maakt. Een openstaand raampje, een slecht sluitende achterdeur. Ouderwetse of te eenvoudige sloten en sluitingen van ramen en deuren (het zogenaamde “hang- en sluitwerk”): al die zaken nodigen verkennende inbrekers uit om het maar eens te proberen. Zorg daarom voor inbraakwerend hang- en sluitwerk, voorzien van het SKG-keurmerk met minimaal twee of drie sterren (bron: Politiekeurmerk Veilig Wonen).
Een donkere omgeving van het huis zorgt voor een andere mogelijkheid. Want uit de praktijk blijkt dat er drie factoren zijn waar inbrekers een enorme hekel aan hebben en die ze afschrikken, de drie “L’s”:
- Licht
- Lawaai
- Lang werk
Dat betekent dat een rondom goed verlichte woning, eventueel voorzien van (buiten)lampen met sensors die reageren op bewegingen of warmte van een naderend persoon en voorzien van goed zichtbare moderne sloten, weinig kans loopt om ongewenst bezoek te krijgen. Een woning die volgens de geldende normen is beveiligd, kan een officieel keurmerk krijgen: het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Dat keurmerk kijkt naar hang- en sluitwerk, maar ook naar verlichting en de omgeving van de woning. Volgens de organisatie achter het keurmerk is het bewezen effectief tegen woninginbraak. Op de site van het keurmerk staan ook preventietips die je zonder verbouwing kunt toepassen, zoals sleutels uit het zicht leggen en afspraken maken met de buren.
En verder:
- Laat nooit sleutels aan de binnenzijde van het slot zitten.
- Berg huissleutels op een vaste plaats op.
- Houd de groenvoorziening rondom het huis laag.
- Hang in de meterkast een kaartje met gegevens van personen die in geval van nood gewaarschuwd kunnen worden.
- Merk waardevolle spullen met postcode/huisnummer.
- Maak foto’s van waardevolle spullen en berg ze op in een kluisje of bij de bank.
- Maak van je huis geen etalage.
- Berg ladders of ander klimmateriaal op achter slot en grendel.
- Sluit ramen en deuren goed af.
- Doe de deur altijd op slot (nacht- of penslot), zelfs als je maar heel even weg bent.
- Geef eventueel een sleutel aan iemand die je kunt vertrouwen.
Hoe een inbreker je woning binnenkomt
Een inbreker zoekt de weg met de minste weerstand. Dit zijn de methoden die het Politiekeurmerk Veilig Wonen het vaakst ziet, met de maatregel die ertegen helpt (bron: PKVW, inbraakmethoden):
- Openbreken: met een breekijzer of schroevendraaier forceert de dader een deur of raam, vaak bij een achterdeur of op een slecht verlichte plek. Sloten met SKG-keurmerk in stevige kozijnen en buitenverlichting met bewegingssensor maken dat lastiger.
- Cilindertrekken: hij draait een schroef in de cilinder en trekt die eruit. Een cilinder met anti-trekbeveiliging en een veiligheidsbeslag met kerntrekbeveiliging houden dat tegen.
- Flipperen: met een pasje duwt hij de dagschoot terug van een deur die alleen is dichtgetrokken. Draai de deur daarom altijd op slot, ook als je maar kort weg bent.
- Hengelen: via de brievenbus trekt hij met ijzerdraad de klink naar beneden. Een deur die op slot is gedraaid en een brievenbusbeveiliging voorkomen dat.
- Insluipen: een open raam of deur is genoeg, vaak overdag als je even weg bent of ergens anders in huis bezig bent. Sluit ramen en deuren daarom altijd, ook als je maar even in een andere kamer bent. Gebruik daarnaast kierstandhouders.
- Babbeltruc: iemand doet zich voor als monteur, pakketbezorger of agent om binnen te komen. Bij bezoek aan de deur dat je niet verwacht, vraag je om legitimatie en bel je bij twijfel zelf het bedrijf of de instantie.
Wanneer breken inbrekers in?
Minder vaak ‘s nachts dan veel mensen denken. Politieanalisten zagen dat 13 procent van de woninginbraken ‘s nachts plaatsvindt en ruim 60 procent in de middag en avond (bron: CCV Secondant, politiecijfers uit 2014). Inbrekers letten erop of er iemand thuis is: post op de mat, gordijnen die dicht blijven en nooit een lamp aan verraden een leeg huis.
Ook de tijd van het jaar telt. Dezelfde politieanalyse toont de meeste inbraken in december. Op Kerst, Oudejaarsdag en Koningsdag wordt er anderhalf tot twee keer zoveel ingebroken als gebruikelijk voor die tijd van het jaar.
In de zomervakantie stijgt het aantal opnieuw. Volgens data van de Interpolis Inbraakbarometer ligt het aantal woninginbraken in de zomer gemiddeld 16 procent hoger dan in de periode vlak voor de zomer (bron: Politiekeurmerk Veilig Wonen). Een tijdschakelaar op je verlichting en buren die de post weghalen, geven je huis dan een bewoonde indruk.
Waar let je op bij sloten tegen inbraak?
Een goed slot vertraagt een inbreker en lang werk is precies wat hij wil vermijden. Let bij je deuren en ramen op deze punten (bron: PKVW, preventietips en inbraakmethoden):
- Gebruik inbraakwerende sloten met het SKG-keurmerk, minimaal twee of drie sterren.
- Een cilinder steekt maximaal 3 millimeter uit het beslag. Steekt hij verder uit, dan is hij met een tang vast te pakken en af te breken.
- Een veiligheidsbeslag met kerntrekbeveiliging voorkomt dat de cilinder uit het slot wordt getrokken.
- Schuifpuien zijn voor inbrekers een makkelijk doelwit, dus geef ze een apart schuifpuislot. Vergeet ook balkondeuren en ramen op de bovenverdieping niet.
- Kies je voor het Politiekeurmerk, dan test een erkend PKVW-bedrijf het slot en monteert het volgens de eisen van het keurmerk.
Bij je huis beveiligen horen naast sloten ook goede buitenverlichting, vrij zicht op deuren en ramen en afspraken met de buren om op elkaars huis te letten.
Wat doe je direct na een woninginbraak?
Kom je thuis en zie je dat er is ingebroken, dan bepaalt één vraag je eerste stap: kan de inbreker nog in huis zijn?
- Vermoed je dat de dader nog binnen is of betrap je hem? Bel 112 en ga er niet zelf op af.
- Is de dader weg, bel dan de politie op 0900-8844 om aangifte te doen (bron: Rijksoverheid).
- Laat gestolen bankpassen direct blokkeren via je bank en de simkaart van een gestolen telefoon via je provider.
- Meld de schade bij je verzekeraar en houd het bewijs van aangifte bij de hand: dat heb je nodig voor een mogelijke schadevergoeding.
Na de aangifte krijgt Slachtofferhulp Nederland je telefoonnummer van de politie en belt een medewerker je zelf op. Van een woninginbraak kun je tot 12 jaar later nog aangifte doen (bron: Slachtofferwijzer). Bewaar de belangrijke telefoonnummers van politie en hulpdiensten op een vaste plek, zodat je ze na een inbraak niet hoeft te zoeken.
Slotenmakers
Is er bij je ingebroken? Schakel dan de hulp in van een van deze slotenmakers:
- Slotenmaker in Den Haag
- slotenmaker in Hillegom
- slotenmaker Amsterdam
- slotenmaker Zwijndrecht
- slotenmaker Amsterdam Noord
- Slotenmaker in Amsterdam
- Slotenmaker Amsterdam
- Slotenmaker Amsterdam
- Slotenmaker Zaandam
- Slotenmaker Rotterdam
- Sloten kopen