Veilig werken en wat de Arbowet van je vraagt
Voor veilig werken is in Nederland in de eerste plaats de werkgever verantwoordelijk. De Arbowet verplicht hem ervoor te zorgen dat het werk geen gevaar oplevert voor de veiligheid en gezondheid van zijn mensen, de zogeheten zorgplicht (bron: Arboportaal). Werknemers dragen een eigen deel: zij doen hun werk veilig binnen die omstandigheden en melden wat niet deugt.
De regels gelden overal waar gewerkt wordt, dus ook bij verenigingen en stichtingen en voor oproepkrachten, deeltijders en mensen met een nulurencontract (bron: Arboportaal). Hieronder lees je per rol wat de wet vraagt en welke vaste onderdelen elk bedrijf met personeel regelt.
Wat de werkgever regelt voor veilig werken
De Arbowet is een kaderwet. Er staan geen regels in voor losse risico’s, wel algemene plichten die het Arbobesluit en de Arboregeling verder uitwerken. Per branche leggen werkgevers en werknemers in een arbocatalogus vast hoe ze aan die normen voldoen (bron: Arboportaal).
Volgens Arboportaal moet de werkgever onder meer:
- een arbobeleid opstellen en uitvoeren dat de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermt
- gevaren zo veel mogelijk bij de bron aanpakken, zoals een lawaaiige machine vervangen door een stiller type
- werkplekken, werkmethoden en arbeidsmiddelen zo goed mogelijk afstemmen op de werknemers
- voorlichting en instructie geven, ook over agressie, geweld en seksuele intimidatie
- arbeidsongevallen en beroepsziekten melden en registreren
- een basiscontract hebben met een arbodienst of bedrijfsarts
- werknemers de kans geven op een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO)
Beschermingsmiddelen zoals een helm of veiligheidsbril horen daarbij: de werkgever stelt ze beschikbaar en legt uit hoe je veilig werkt (bron: Rijksoverheid). Dat is ook in zijn eigen belang. Lijdt een werknemer schade door het werk, dan moet de werkgever aantonen dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was om die schade te voorkomen (bron: Arboportaal).
Wat je als werknemer bijdraagt aan veiligheid op het werk
Ook werknemers hebben plichten onder de Arbowet. Volgens Arboportaal hoort het bij jouw rol om:
- arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste manier te gebruiken
- beveiligingen op machines en gereedschap te laten zitten en goed te gebruiken
- persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen zoals bedoeld en op de vaste plek op te bergen
- mee te doen aan de instructies die je werkgever organiseert
- gevaren die je opmerkt te melden bij je werkgever
- de preventiemedewerker, bhv’ers en de arbodienst te helpen waar dat nodig is
Krijg je werkschoenen, handschoenen of een helm, dan draag je die dus ook. Een PAGO hoort juist bij je rechten: je werkgever moet het aanbieden, maar meedoen is vrijwillig (bron: Rijksoverheid).
De RI&E als basis van het arbobeleid
Elk bedrijf met minimaal één medewerker moet een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) hebben (bron: Arboportaal). Uitzendkrachten, stagiaires, vrijwilligers en inhuurkrachten tellen daarbij mee als personeel. Wie niemand in dienst heeft, hoeft geen RI&E te maken (bron: Rijksoverheid).
In de RI&E zet je op een rij welke risico’s het werk meebrengt, bijvoorbeeld instabiele steigers, explosiegevaar, lawaai of urenlang beeldschermwerk. Bij de RI&E hoort een plan van aanpak waarin staat welke maatregelen je neemt en wanneer (bron: Arboportaal).
In de meeste gevallen laat je de RI&E daarna toetsen door een gecertificeerde arbodienst of arbodeskundige. Heb je maximaal 25 medewerkers en maak je de RI&E met een erkend branche-instrument, dan hoeft dat niet (bron: Steunpunt RI&E).
De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft instemmingsrecht op de RI&E, op de afspraken met de arbodienst en op de keuze van de preventiemedewerker (bron: Arboportaal). Wil je bij het opstellen hulp van buiten, dan schakel je bijvoorbeeld een HSE-adviseur in.
Preventiemedewerker en bedrijfshulpverlening
De preventiemedewerker werkt mee aan de RI&E en het plan van aanpak, adviseert over arbeidsrisico’s en is een aanspreekpunt voor collega’s (bron: Arboportaal). Elk bedrijf wijst er minimaal één aan. Dat is in principe iemand uit het eigen bedrijf: pas als het werk daarvoor te complex wordt, mag je iemand van buiten aanstellen.
Bedrijfshulpverleners (bhv’ers) zijn er voor het moment dat het misgaat. Zij verlenen eerste hulp en brengen collega’s en bezoekers in veiligheid bij brand of een ongeval. De werkgever zorgt voor voldoende bhv’ers. De wet stelt geen vaste eisen aan een bhv-cursus, maar Arboportaal noemt een herhalingscursus van één keer per jaar als aandachtspunt.
Wat voor jou geldt, hangt vooral af van de omvang van je bedrijf (bronnen: Rijksoverheid en Steunpunt RI&E):
|
Jouw situatie |
Wat geldt er |
|---|---|
|
Je hebt geen personeel |
Je hoeft geen RI&E te maken. |
|
Je hebt 25 werknemers of minder |
Je mag zelf de preventiemedewerker zijn. Met een erkend branche-instrument hoef je de RI&E niet te laten toetsen. |
|
Je hebt meer dan 25 werknemers |
Je wijst minimaal één werknemer aan als preventiemedewerker. |
|
Je neemt de bhv-taken zelf op je |
Minimaal één werknemer vervangt je als je er niet bent. |
Een onveilige situatie melden
Zie je een gevaar, meld het dan bij je werkgever. Dat is geen gunst maar een van je plichten. Blijft een oplossing uit, dan adviseert Rijksoverheid deze route:
- Bespreek het met je werkgever of met de ondernemingsraad.
- Vraag de arbodienst of een arbodeskundige om onafhankelijk advies.
- Dien een klacht in bij de Nederlandse Arbeidsinspectie als de arboregels nog steeds niet worden nageleefd.
De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en werknemers zich aan de arboregels houden en richt zich vooral op werk met ernstige gezondheidsrisico’s. Bij een overtreding loopt de maatregel van een waarschuwing tot een boete of zelfs het stilleggen van het werk (bron: Arboportaal).
Risico’s per werkplek en veiligheid op de werkvloer
Welke regels het zwaarst wegen, hangt af van het werk dat je doet. Op Veiligheidswijzer lees je per werkplek verder:
- Op de bouw komen steigers, zwaar materieel en wisselende ploegen samen. Een veilige bouwplaats begint bij duidelijke afspraken en afzettingen, terwijl bouwplaatsbeveiliging onbevoegden buiten houdt.
- Bij werk op hoogte draait het om valgevaar. Veilig op hoogte werken vraagt om goede middelen. Valbeveiliging vangt je op als het toch misgaat. Wie een hoogwerker bedient, laat met een hoogwerkercertificaat zien dat hij ermee overweg kan.
- In werkplaatsen en productie gaat het vooral om arbeidsmiddelen. Beveiligingen op machines blijven zitten. Ook hydraulisch gereedschap vraagt onderhoud en een goede instructie.
- Sociale veiligheid hoort er ook bij. Agressie, geweld en seksuele intimidatie vallen net zo goed onder arbo en veiligheid. De werkgever geeft er voorlichting over (bron: Arboportaal).
- Je zorg als werkgever stopt niet bij de voordeur. Ook medewerkers op zakelijke reis bereid je vooraf goed voor.
Begin je net met de zakelijke kant van veiligheid, pak dan eerst de RI&E op. Daaruit volgt vanzelf welke van deze werkplekken in jouw bedrijf als eerste aandacht vragen.